Op het kamp woonden vluchtelingen uit Duitsland en Oostenrijk. Dat waren de eerste bewoners. Zij zijn ook het langst gebleven, want zij stelden namelijk de lijsten samen van mensen die op transport werden gesteld. Er heeft een school gestaan op het kamp maar dat werd dus uitsluitend bezocht door de kinderen van die Duitse en Oostenrijkse vluchtelingen.
Bij aankomst moesten de mensen zich laten registreren. Daar was een speciaal groot barak voor. In datzelfde barak vonden ook toneelvoorstellingen plaats.
Er was ook een groot ziekenhuis op het kamp. Groot genoeg om een kleine stad te bedienen. Met goede uitrusting en volop personeel. Ooit kwam er een klein jongetje binnen. Erg achter in groei en doodziek. Kosten noch moeite werden gespaard om het jongetje te 'redden'. Er werd uit het buitenland zelfs een speciale couveuse voor hem gehaald en een specialist.
Alles werd in het werk gesteld om het jongetje er weer bovenop te helpen. Eenmaal hersteld, werd hij met zijn moeder op transport gesteld en drie dagen later werd hij vergast.